wie?

Giuseppe Minervini kroop in 1994 vanuit Italië door een loden pijp naar Roeselare en schrijft. Op zijn veertiende was zijn debuutroman voor 5 procent voltooid, een epos over een arena vol kikkers met opvouwbare poten — of hoe hij narcisme haat en zichzelf liefheeft.

Na zijn studie filosofie en Westerse literatuur begon hij met lezen.

Toen ontdekte hij Franz Kafka en liet hij zich uit nederigheid met een krijtstok levend begraven in een grot.

Wanneer chauffeurs een opdracht krijgen van de spermabank weten ze dat de zaadpotjes op lichaamstemperatuur moeten bewaard worden. Dat wil zeggen: tussen hun benen. Met een gelijkaardig vooruitzicht begaf Giuseppe zich richting de arbeidsmarkt.

Hij dacht dat zijn debuutroman voltooid was, maar werd overal afgewezen. En terecht.

Hij publiceerde kortverhalen en poëzie in literaire tijdschriften; DW B, G., Gierik & NVT, Het Liegend Konijn, Kluger Hans, Hard//Hoofd, De Optimist, Passionate, De Titaan,…

Hij begon opnieuw aan zijn debuutroman, en besloot na Deleuze te ontdekken dat die debuutroman zijn derde roman zou worden. Een liefdesroman over taxidermie, schizofrenie, opgepoetste gouden paleizen en Franse call-centra. Wat deze derde roman nog gemeenschappelijk heeft met de debuutroman is niets meer dan dat ze allebei romans zijn, zoals een mens ademt en een mol ademt.

Giuseppe ontdekte Rayuela: een hinkelspel van Julio Cortàzar en viste zijn uitgevallen haren uit een glas steriele melk.

In 2017 trok hij met Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren naar Parijs. Hij mislukte met een tekst over hoe hij er niet in slaagt de stad in zijn totaliteit te vangen; een tekst over het totaliteitsverlangen en het terugketsen van auto-erotische driften; over het talent, of het gebrek daaraan, te leven in een metropool. Die tekst zwol op tot een novelle, en kromp daarna tot een gedicht, en zwol dan weer op naar een kortverhaal en ligt momenteel als een aspirine in water weg te bruisen in een stapel papieren. (Een stapel papieren die de tweede roman voorstelt.)

Vast staat dat de Parijsresidentie zijn schrijven in een duidelijke richting heeft gestuurd.

Na de Parijsresidentie kon hij ook romans en non-fictie recenseren voor het weekblad HUMO.

Hij begon aan zijn tweede roman. Dat bleek een mastodont van een manuscript te zijn, waarvan de eerste versie voor 40 procent voltooid is.

Hij begon na de koffies en de dijenkletserij met uitgevers aan zijn debuutroman.

Het mastodont van een manuscript van een tweede roman werd naar voren geschoven; als fundament van zijn oeuvre; een cyclus van tien romans te lezen in willekeurige volgorde.

Giuseppe plukt tekst uit gepubliceerde romans als aardbeien uit een moeras.

Deze website richtte hij op omdat zijn debuutroman voor 80 procent voltooid is, en het wordt tijd om zich uit de grot te verlossen.